ECLI:NL:RVS:2009:BJ9914
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke beoordeling van asielaanvraag wegens risico op vrouwenbesnijdenis in Benin
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor zichzelf en haar minderjarige kinderen, gebaseerd op het risico van vrouwenbesnijdenis van haar dochter in Benin. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.
De Raad van State overweegt dat de geboorte van de dochter en de vrees voor besnijdenis geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormen die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De aanvraag voor de kinderen geldt als een eerste aanvraag, waarop het toetsingskader van nieuw feiten niet van toepassing is.
Hoewel vrouwenbesnijdenis nog steeds voorkomt in Benin en de autoriteiten niet volledig succesvol zijn in de bestrijding daarvan, is het ontbreken van een ambtsbericht van Buitenlandse Zaken over de situatie reden voor nader onderzoek. De Raad bevestigt dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat bescherming door de autoriteiten niet gegarandeerd is.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, waardoor het beroep van de vreemdeling en haar zoon ongegrond wordt verklaard. Het beroep van de dochter blijft gehandhaafd. De proceskosten worden toegerekend aan de staatssecretaris.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling en haar zoon wordt ongegrond verklaard, terwijl het beroep van de dochter wordt bevestigd.