ECLI:NL:RVS:2009:BK0481
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling scheiding tussen asiel- en reguliere verblijfsvergunningen bij toepassing artikel 3 EVRM
De vreemdelingen verzochten om verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd vanwege klemmende humanitaire omstandigheden. De minister kwalificeerde deze aanvragen als regulier met beperking 'conform beschikking minister'. De rechtbank oordeelde dat artikel 3 EVRM Pro in deze procedure betrokken kon worden, maar de staatssecretaris stelde dat dit artikel alleen in asielprocedures relevant is.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de scheiding tussen verblijfsvergunningen op grond van artikel 14 en Pro artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in de weg staat aan toepassing van artikel 3 EVRM Pro bij reguliere aanvragen zonder materiële overeenkomst. Uitzonderingen gelden alleen bij medische noodsituaties die materieel overeenkomen met asielgronden.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van deze scheiding. Tevens werden de proceskosten vastgesteld en de beslissing over vergoeding aan de rechtbank overgelaten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling zonder toepassing van artikel 3 EVRM in de reguliere procedure.