ECLI:NL:RBDHA:2013:BY8843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling inreisverbod en asielrechtelijke bescherming bij beroep tegen afwijzing asielaanvraag
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende persoon, kreeg een inreisverbod van vijf jaar opgelegd wegens een eerdere strafrechtelijke veroordeling en een ongewenstverklaring. Hij betwistte dit besluit en voerde aan dat het inreisverbod in strijd is met het EVRM, het Handvest van de Grondrechten van de EU, en het ne bis in idem-beginsel, en dat de duur en aanvang van het inreisverbod onrechtmatig zijn.
De rechtbank oordeelde dat asielgerelateerde beletselen om terug te keren naar het land van herkomst geen rol spelen bij het uitvaardigen van een inreisverbod. Eiser dient zijn bescherming via een asielprocedure te zoeken, waarbij het inreisverbod het indienen van een (opvolgende) asielaanvraag niet belemmert. De rechtbank verwierp de argumenten dat het inreisverbod strijdig zou zijn met artikel 3 en Pro 8 EVRM, en bevestigde dat de duur van vijf jaar en de aanvang na daadwerkelijke uitreis conform de wet en beleidsregels zijn vastgesteld.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op het ne bis in idem-beginsel niet opgaat omdat het inreisverbod geen strafrechtelijke sanctie betreft. Ook werd vastgesteld dat eiser voldoende gelegenheid had om zijn zienswijze naar voren te brengen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het inreisverbod bleef van kracht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het inreisverbod van vijf jaar tegen eiser.