ECLI:NL:RVS:2009:BK1135
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- S.J.E. Horstink-Von Meyenfeldt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning voortgezet verblijf wegens medische noodsituatie
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'voortgezet verblijf' wegens medische noodsituatie. De minister wees deze aanvraag af en de staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond, met als reden dat de vreemdeling niet het juiste specifieke verblijfsdoel had opgegeven op het aanvraagformulier.
De Raad van State oordeelde dat uit de door de vreemdeling overgelegde brief duidelijk bleek dat hij voortgezet verblijf beoogde vanwege een medische noodsituatie. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het niet aankruisen van 'voortgezet verblijf' op het aanvraagformulier tegen de vreemdeling kon worden gebruikt. Tevens was het oordeel van de rechtbank dat het beroep op artikel 3.52 van het Vreemdelingenbesluit 2000 van rechtswege niet kon slagen onjuist.
De Raad bevestigde dat de vreemdeling niet voldeed aan de voorwaarde van drie jaar verblijf onder de beperking 'verblijf vanwege medische noodsituatie' om een verblijfsvergunning voortgezet verblijf te kunnen verkrijgen. De grief faalde daarom en de aangevallen uitspraak werd bevestigd met verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning voortgezet verblijf wegens medische noodsituatie is afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.