Uitspraak
200900631/1/H2 en 200900633/1/H2) vloeit voort dat de beoordeling van de vergelijkbaarheid van gemeenten niet is beperkt tot de in de totstandkomingsgeschiedenis genoemde vier factoren. Die factoren moeten worden beschouwd als mogelijk relevante voorbeelden van beoordelingscriteria. De situatie in een concreet geval is bepalend voor de vraag welke criteria bij de beoordeling van de vergelijkbaarheid van gemeenten relevant zijn. Uit onder meer de uitspraak van de Afdeling van 2 maart 2005 in zaak nr.
200406481/1volgt voorts dat de staatssecretaris bij beantwoording van de vraag of de gemeente Gilze en Rijen als vergelijkbaar met de gemeente Hulst mocht worden aangemerkt, alle argumenten die de gemeenteraad heeft aangevoerd ter staving van zijn standpunt moet meewegen. In dat verband heeft de staatssecretaris bij zijn beoordeling of de gemeenteraad de gemeente Gilze en Rijen als een niet met de gemeente Hulst vergelijkbare gemeente heeft mogen aanmerken, terecht betrokken dat de gemeente Hulst vijftien kernen telt, die over een groot gebied verspreid liggen, terwijl de gemeente Gilze en Rijen een veel compactere gemeente met aanzienlijk minder kernen is en leerlingen meestal in hun eigen kern naar de basisschool gaan. Anders dan de Stichting betoogt, bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris bij het nemen van zijn besluit is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting.
200607820/1, heeft betoogd dat in die zaak, naar niet in geschil was, de gemeente Amsterdam als een met de gemeente Leiden vergelijkbare gemeente mocht worden aangemerkt, terwijl - naar de Stichting stelt - de verschillen tussen die twee gemeenten groter waren dan in dit geval, leidt dit betoog niet tot een ander oordeel. In die zaak ging het om het belangstellingspercentage voor evangelisch basisonderwijs en is bij de beoordeling van de vergelijkbaarheid van de betrokken gemeenten rekening gehouden met het feit dat in slechts vier gemeenten evangelische basisscholen aanwezig waren. Tegen die achtergrond was de keuze van de Stichting Evangelisch Onderwijs Leiden e.o. voor de gemeente Amsterdam als meest vergelijkbare gemeente voor het belangstellingspercentage voor evangelisch basisonderwijs, aanvaardbaar.