ECLI:NL:RVS:2009:BK3910
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verblijfsrecht en vernietiging besluit staatssecretaris in vreemdelingenrechtelijke zaak
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie van 14 december 2007, waarbij haar aanvraag voor een verblijfsdocument werd afgewezen. De vreemdeling en haar Nederlandse echtgenoot verbleven tijdelijk in België vanwege medische behandeling van de echtgenoot. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelt dat de rechtbank en de staatssecretaris onvoldoende rekening hebben gehouden met het toepasselijke EU-recht, waaronder richtlijn 2004/38/EG en richtlijn 73/148/EEG.
De Raad stelt vast dat het recht van verblijf tot 15 juli 2006 voortduurt op grond van de genoemde richtlijnen, zonder de eis van voldoende bestaansmiddelen voor de eerste drie maanden. Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd of en hoe de staatssecretaris rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de echtgenoot bij de beoordeling van het verblijf na die periode. De Raad benadrukt het belang van het evenredigheidsbeginsel en het fundamentele recht op vrij verkeer en verblijf.
De Raad vernietigt het besluit van de staatssecretaris en het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. De staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd.