ECLI:NL:RVS:2009:BK8688
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Gelijkstelling van jeugddetentie aan gevangenisstraf in vreemdelingenbeleid bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het bezwaar van een vreemdeling tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet gegrond had verklaard.
De kern van het geschil is of jeugddetentie gelijkgesteld moet worden met gevangenisstraf in het kader van het openbare ordecriterium voor het verlenen van een verblijfsvergunning. De staatssecretaris stelt dat dit het geval is, mede op grond van het beleid in paragraaf A5/2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 en het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2000 nr. 2007/23.
De rechtbank had geoordeeld dat jeugddetentie niet gelijkgesteld kon worden met gevangenisstraf vanwege het onderscheid tussen volwassenen- en jeugdstrafrecht. De Raad van State oordeelt echter dat dit beleid als uitgangspunt geldt en dat uit de Regeling en haar geschiedenis niet blijkt dat 'gevangenisstraf' een andere betekenis heeft dan in het beleid, waardoor de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde, en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat jeugddetentie gelijkgesteld moet worden met gevangenisstraf en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.