ECLI:NL:RVS:2010:BP0424
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Jeugddetentie valt niet onder gevangenisstraf in Vreemdelingenbesluit 2000
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Buitenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank die oordeelde dat de straf van jeugddetentie niet valt onder de term gevangenisstraf zoals bedoeld in artikel 3.77 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De minister stelde dat de gevangenisstraf in artikel 3.77 ook de straf van jeugddetentie omvat, maar de Raad van State oordeelde dat dit niet het geval is. Artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000 vermeldt immers expliciet de straf van jeugddetentie naast de gevangenisstraf, wat impliceert dat beide straffen niet gelijkgesteld worden.
De Raad van State baseerde zich ook op de Nota van Toelichting bij de wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarin werd benadrukt dat vrijheidsontnemende straffen zoals jeugddetentie niet buiten beschouwing mogen blijven bij de beoordeling van verblijfsbeëindiging.
De eerdere uitspraken waarop de minister zich beriep, betroffen een ander beleidskader en waren niet relevant voor de uitleg van het Vreemdelingenbesluit 2000. De grief van de minister faalde en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.