Uitspraak
200600025/1) kan het bouwrijp maken van gronden niet geheel los worden gezien van de beoogde ontwikkeling op die gronden. Het vrijstellingsbesluit heeft enkel betrekking op het gebied binnen de aanduiding "grens artikel 19 WRO Pro", als aangegeven op de bij dat besluit behorende gewaarmerkte tekening van 23 maart 2005 met archiefnummer 01-03-234. Beoogd is de oostlob in te vullen als bedrijventerrein voor Schipholgebonden logistieke bedrijvigheid. Geen grond bestaat voor het oordeel dat op voorhand buiten twijfel is dat een bedrijventerrein op deze locatie niet in enigerlei vorm zal kunnen worden verwezenlijkt. Het college behoefde plannen of ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden buiten de op voormelde tekening aangeduide grens niet in de besluitvorming te betrekken, daargelaten dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat momenteel geen besluitvorming in voorbereiding is om andere delen van het SLP-gebied in ontwikkeling te brengen. De rechtbank heeft terecht geen grond gevonden voor een ander oordeel.
200805249/1) is de, bij een vrijstellingsbesluit op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud; hierna: de WRO) wettelijk verplichte, ruimtelijke onderbouwing van belang voor de bepaling van de reikwijdte van de vrijstelling. Gelet op het vorenstaande heeft het vrijstellingsbesluit tevens betrekking op de aanleg van de aorta binnen de aanduiding "grens artikel 19 WRO Pro", als aangegeven op genoemde tekening. Door dit niet te onderkennen heeft de rechtbank in strijd met artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) de omvang van het geding te beperkt opgevat.