Uitspraak
200409931/1, de besluiten van 24 juli 2003 op de daartegen door FH, TMG, FAF en LSF (hierna tezamen te noemen: de subsidieontvangers) gemaakte bezwaren vernietigd.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Flevoland stelde in 2002 subsidies vast voor verschillende rechtspersonen, waaronder Flevo Herb B.V. en Flevo Additional Food B.V. i.o. Na eerdere procedures wijzigde het college met terugwerkende kracht de Bijdrageverordening, waardoor subsidievaststellingen zonder voorafgaande subsidieverlening mogelijk werden. De rechtbank Zwolle vernietigde deze besluiten in 2009 wegens het ontbreken van een deugdelijke wettelijke grondslag.
Het college stelde in hoger beroep dat de gewijzigde Bijdrageverordening wel een voldoende wettelijke basis biedt voor de subsidievaststelling. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Bijdrageverordening een wettelijk voorschrift is dat aan het college de bevoegdheid verleent subsidies te verstrekken, ook indien deze mede uit Europese middelen worden gefinancierd. De wijziging met terugwerkende kracht was rechtsgeldig en bracht een wettelijke basis tot stand.
Verder werden bezwaren van subsidieontvangers tegen de toepassing van betalingstermijnen en het niet subsidiëren van facturen na 31 december 2001 verworpen. De Afdeling vond dat het college terecht aan de uiterste betaaltermijn uit het Europees Programmeringsdocument en LEADER II vasthield. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagde niet, omdat de subsidieontvangers zelf verantwoordelijk waren voor tijdige betaling en de overeenkomsten duidelijk waren over de bevoorschotting.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen tegen de subsidievaststellingsbesluiten ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen tegen de subsidievaststellingsbesluiten ongegrond verklaard.