ECLI:NL:RVS:2010:BL4534
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en ongewenstverklaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie heeft de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en hem ongewenst verklaard vanwege een onherroepelijke veroordeling voor geweldsmisdrijven. De vreemdeling voerde aan dat het besluit in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven beschermt.
De voorzieningenrechter had het besluit van 18 augustus 2008 vernietigd, mede omdat hij aan feiten en omstandigheden die na dat besluit waren ontstaan betekenis toekende bij de toetsing aan artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de toetsing aan artikel 8 EVRM Pro moet plaatsvinden op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van het besluit, en dat latere feiten niet meegenomen mogen worden. Daarnaast is geoordeeld dat de belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij werd aangenomen dat van de partner en het kind van de vreemdeling kan worden verlangd dat zij naar Ecuador vertrekken, gelet op de ernst van de misdrijven, gerechtvaardigd is.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond voor zover het de ongewenstverklaring betreft. Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.