ECLI:NL:RVS:2010:BL8690
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- w.g. Hoekstra
- w.g. Vroegindeweij
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing tracébesluit omlegging Zuid-Willemsvaart Maas-Den Dungen
Het geschil betreft het tracébesluit Omlegging Zuid-Willemsvaart Maas-Den Dungen vastgesteld door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Diverse appellanten, waaronder milieuorganisaties, bedrijven en bewoners, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de ontvankelijkheid van verschillende beroepen beoordeeld en enkele beroepen niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang of het niet naar voren brengen van zienswijzen. Vervolgens is uitgebreid ingegaan op de inhoudelijke bezwaren, waaronder de toepassing van de Wet milieubeheer, de zorgvuldigheid van de milieueffectrapportage, de keuze voor de regiovariant, de naleving van streekplanbeleid, natuurcompensatie, waterhuishoudkundige effecten, de Flora- en faunawet, luchtkwaliteit, geluidhinder en de gevolgen voor fietsverkeer.
De Afdeling concludeert dat de staatssecretaris een ruime beleidsvrijheid toekomt bij de begrenzing van het tracébesluit en de keuze voor de regiovariant, dat de milieueffectrapportage en de onderliggende trajectnota's voldoen aan de wettelijke eisen, en dat de natuurcompensatie adequaat is geregeld. Wel is geoordeeld dat het onderzoek naar de waterhuishoudkundige gevolgen in samenhang met de Rosmalense Aa en het project Dynamisch Beekdal onvoldoende is geweest, waardoor het besluit op dat punt niet zorgvuldig is voorbereid. Ook ontbreekt een toereikend onderzoek naar de effecten op de das in relatie tot verstoring en grondwaterstijging, wat eveneens leidt tot een onvolledige motivering. Andere bezwaren, zoals die over luchtkwaliteit, geluidhinder en fietsverbindingen, zijn ongegrond of niet aannemelijk gemaakt.
De Afdeling bevestigt daarmee grotendeels de rechtmatigheid van het tracébesluit, met uitzondering van de genoemde punten over waterhuishouding en Flora- en faunawet, die onvoldoende onderbouwd zijn.
Uitkomst: Het tracébesluit wordt grotendeels bekrachtigd, maar is onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd ten aanzien van waterhuishoudkundige effecten en effecten op beschermde diersoorten.