ECLI:NL:RVS:2017:2087
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid en ontvankelijkheid van het tracébesluit aanleg nieuwe Rijksweg A16 Rotterdam
Bij besluit van 29 juni 2016 heeft de minister het tracébesluit 'A16 Rotterdam' vastgesteld voor de aanleg van een nieuwe Rijksweg A16 die de A13 bij Rotterdam The Hague Airport verbindt met de bestaande A16 en A20 bij het Terbregseplein.
Diverse appellanten, waaronder bewonersgroepen en natuurbeschermingsorganisaties, hebben beroep ingesteld tegen het tracébesluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de ontvankelijkheid van deze beroepen beoordeeld en geconcludeerd dat niet alle appellanten belanghebbenden zijn en dus niet allen ontvankelijk zijn. Vervolgens is de rechtmatigheid van het besluit getoetst aan onder meer de Algemene wet bestuursrecht, Tracéwet, Wet milieubeheer en Europese richtlijnen.
De Afdeling heeft procedurele bezwaren over termijnen en participatie onderzocht en verworpen. Ook is het besluit over alternatieven, zoals openbaar vervoer, verbetering bestaande infrastructuur, BOS-variant en aanleg A14, inhoudelijk beoordeeld en geaccepteerd dat de minister in redelijkheid voor de aanleg van de nieuwe A16 heeft gekozen. Wegontwerp en verkeersgegevens zijn uitgebreid besproken, waarbij de Afdeling het gebruik van verkeersmodellen en prognoses als zorgvuldig en passend beoordeelt. De milieueffectrapportage (MER) is als toereikend beschouwd ondanks wijzigingen in het tracé.
De Afdeling concludeert dat het tracébesluit niet in strijd is met het recht en dat de minister de belangen zorgvuldig heeft afgewogen. De beroepen zijn voor het grootste deel niet-ontvankelijk verklaard of afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen het tracébesluit A16 Rotterdam zijn grotendeels niet-ontvankelijk verklaard of afgewezen; het besluit is rechtmatig vastgesteld.