ECLI:NL:RVS:2010:BL9920
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Guinee voor asielzoeker
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen op grond van het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Guinee. De rechtbank 's-Gravenhage had dit besluit vernietigd, maar de staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de situatie in het land van herkomst. Uit de aangehaalde stukken, waaronder uitspraken van voorzieningenrechters en het negatieve reisadvies van de minister van Buitenlandse Zaken, bleek niet dat de mate van willekeurig geweld in Guinee zodanig hoog was dat een burger louter door aanwezigheid een reëel risico loopt op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de richtlijn 2004/83/EG.
De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit van de staatssecretaris onvoldoende was gemotiveerd. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd. De Raad respecteert daarmee de ruime beoordelingsvrijheid van de staatssecretaris en bevestigt dat geen categoriebeleid voor asielzoekers uit Guinee noodzakelijk is.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd wegens voldoende motivering van het besluit van de staatssecretaris.