ECLI:NL:RVS:2010:BM1029
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning en vrijstelling voor liftschacht bij rijksmonument Keizersgracht 164 Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 4 mei 1999 een bouwvergunning en vrijstelling voor het veranderen en vergroten van het gebouw op Keizersgracht 164, bestemd als hotel en rijksmonument. Appellanten voerden bezwaar aan tegen het besluit, onder meer over de overeenstemming van bouwtekeningen met de feitelijke situatie, de toepasselijkheid van het bestemmingsplan, en de belangenafweging.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Raad overwoog dat de bouwtekeningen en de aanvraag in behandeling mochten worden genomen, ook al waren sommige onderdelen niet op de tekeningen weergegeven omdat deze niet tot de aanvraag behoorden. De toetsing aan het bestemmingsplan was correct uitgevoerd volgens het geldende plan ten tijde van het besluit, en de vrijstelling voor de liftschacht was bevoegd en gemotiveerd verleend.
Verder oordeelde de Raad dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt, waarbij de beperkte omvang en zichtbaarheid van de liftschacht en het economische belang van het hotel werden meegewogen. Ook de monumentenvergunning was rechtsgeldig verleend. De bezwaren over strijd met het Bouwbesluit en welstandsrichtlijnen faalden eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.