ECLI:NL:RVS:2010:BM1441
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en toetsing uitzonderlijke situatie Burundi
De vreemdeling uit Burundi verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de vreemdeling als de staatssecretaris hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling onvoldoende was, mede door het ontbreken van documenten en inconsistenties in haar verklaringen. Tevens werd vastgesteld dat de uitzonderlijke situatie in Burundi, zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn, ten tijde van het besluit niet aannemelijk was.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de minister van Justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd met behoud van rechtsgevolgen.