ECLI:NL:RVS:2010:BM3047
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid besluit nr. 1/80 bij legesheffing vreemdelingenaanvraag
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit van 11 juli 2007 vernietigde wegens gebrek aan deugdelijke motivering. De staatssecretaris had bij de beoordeling van een aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet ambtshalve onderzocht of het Associatiebesluit nr. 1/80 van toepassing was op de Turkse vreemdeling.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris dit wel had moeten doen, omdat hij op de hoogte was van de Turkse nationaliteit en eerdere verblijfsvergunningen van de vreemdeling. De staatssecretaris stelde dat hij niet verplicht was ambtshalve te toetsen, omdat de vreemdeling zich pas in beroep op het besluit had beroepen en de procedure geen aanknopingspunten bood.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en overweegt dat het aan de staatssecretaris is om op basis van de gegevens te beoordelen welke wet- en regelgeving van toepassing is. Het hoger beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.