ECLI:NL:RVS:2010:BM3061
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring op b-grond in het licht van Europese richtlijnen
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn inbewaringstelling op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 bevestigde. De vreemdeling betoogde dat deze bewaring niet strookt met Europese richtlijnen, met name de Procedurerichtlijn en het arrest Kadzoev van het Hof van Justitie.
De Raad van State overwoog dat bewaring van een asielzoeker onder verschillende richtlijnen valt dan bewaring met het oog op verwijdering, zoals geregeld in de Terugkeerrichtlijn. Het arrest Kadzoev leidt niet tot de conclusie dat bewaring met het oog op verwijdering van een asielzoeker in strijd is met de Procedurerichtlijn of Opvangrichtlijn. De bewaring moet worden gemotiveerd op basis van persoonlijke feiten en omstandigheden van de vreemdeling.
De maatregel was gebaseerd op het belang van de openbare orde en concrete aanwijzingen dat de vreemdeling zich aan uitzetting zou onttrekken, zoals het ontbreken van identiteitspapieren en het frustreren van het identiteitsonderzoek. De Raad van State verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de inbewaringstelling van de vreemdeling en wijst het verzoek om schadevergoeding af.