Uitspraak
200608492/1), dat voor het antwoord op de vraag of [appellant] als huurder belanghebbende is bij het besluit tot verlening van de vergunning tot splitsing, bepalend is in hoeverre die vergunning van invloed is op zijn woonsituatie. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat de bij het besluit van 22 juni 2007 verleende vergunning het woonrecht van [appellant] eerbiedigt en geen wijziging brengt in zijn woonsituatie. Hieruit volgt volgens de rechtbank dat [appellant] geen belanghebbende is bij de splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Voorts heeft de rechtbank overwogen dat [appellant] door verlening van de splitsingsvergunning niet wordt geraakt in een aan de artikelen 6 en 8 van het EVRM ontleend fundamenteel recht.
200402791/1) een huurdersvereniging wel als belanghebbende is aangemerkt bij een splitsingsvergunning.
200608492/1), is voor de beoordeling of een huurder belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, bepalend in hoeverre de splitsingsvergunning van invloed is op zijn woonsituatie.
200402791/1bedoelde huurdersvereniging, belanghebbende is bij een splitsingvergunning, geldt, gelet op artikel 1:2, derde lid, van de Awb, een ander toetsingskader dan ten aanzien van de beoordeling in dat kader van een huurder. Het door [appellant] op deze uitspraak gedane beroep kan derhalve niet slagen.