ECLI:NL:RVS:2018:342
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag na correctie voorschot op basis van BRP-inschrijving
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het voorschot huurtoeslag voor 2015 te verlagen van €3548,00 naar €1478,00, met terugvordering van teveel betaalde voorschotten. De Belastingdienst baseerde dit op de inschrijving van een medebewoner in de Basisregistratie Personen (BRP), wiens inkomen het gezamenlijke inkomen boven de grens voor huurtoeslag bracht.
De rechtbank had geoordeeld dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat de inschrijving onjuist was en dat de Belastingdienst terecht van de juistheid van de BRP-uitgangspunten was uitgegaan. Ook was geen sprake van een geldige telefonische toezegging dat de medebewoner niet langer zou worden meegeteld. Appellant had de zitting niet bijgewoond en geen verzoek tot verdaging ingediend.
In hoger beroep betoogde appellant dat de medebewoner niet op het adres woonde en dat er sprake was van bijzondere omstandigheden vanwege de verzorging van zijn moeder. De Raad van State oordeelde dat de bijzondere omstandigheden niet relevant waren voor de bestreden periode en bevestigde dat de Belastingdienst mocht uitgaan van de BRP-inschrijving zolang geen onjuistheid was aangetoond.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.