Uitspraak
200901487/1) is het enkele tijdsverloop, ongeacht de duur daarvan, geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college van handhavend optreden had behoren af te zien. De omstandigheid dat het college niet eerder handhavend heeft opgetreden brengt dan ook niet met zich dat het college thans niet tegen met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het pand zou mogen optreden. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden overwogen dat niet is gebleken dat het college de bewoning van het pand heeft gedoogd. Uit de brief van het college van 24 oktober 1997 blijkt slechts dat het pand op dat moment tijdelijk werd bewoond en is nadrukkelijk aangegeven dat bewoning van het pand niet is toegestaan. Het betoog faalt.