Uitspraak
200909826/1/H1, die betrekking heeft op een van de twaalf woningen, heeft de Afdeling het betoog van [appellant] dat de vrijstelling in strijd met de regeling is verleend, verworpen en het door hem ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard. Gelet hierop, heeft de rechtbank in dat betoog terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de bouw van de woningen dermate onzeker is, dat het college het projectbesluit niet in redelijkheid heeft kunnen nemen. Hetgeen [appellant] omtrent de voor de aanleg van de weg en de bouw van de twaalf woningen benodigde kapvergunning heeft aangevoerd, biedt geen aanleiding voor een ander oordeel, reeds omdat de Afdeling bij uitspraak van heden in zaak nr.
200909784/1/H2het hoger beroep van [appellant] betreffende die vergunning ongegrond heeft verklaard.