ECLI:NL:RVS:2010:BM7428
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten
De vreemdeling heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, waarvan de laatste op 14 mei 2009 is afgewezen door de staatssecretaris. Tegen dit besluit stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat bij besluiten van gelijke strekking als eerdere afwijzingen, alleen toetsing door de bestuursrechter mogelijk is indien er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn die relevant zijn. In deze zaak zijn de door de vreemdeling aangevoerde feiten en omstandigheden niet nieuw en kunnen zij het eerdere besluit niet afdoen.
Daarnaast is aan de vreemdeling artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen, en de gestelde risico's op schending van artikel 3 EVRM Pro zijn onvoldoende onderbouwd met bijzondere feiten of omstandigheden. Daarom is geen plaats voor rechterlijke toetsing van het besluit van 14 mei 2009.
De Raad van State verklaart het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.