ECLI:NL:RVS:2010:BM7436
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen verblijfsvergunningaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris stelde deze aanvraag buiten behandeling op grond van het feit dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en handhaafde het besluit.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat het buiten behandeling stellen onrechtmatig was omdat artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) limitatief bepaalt wanneer een aanvraag niet in behandeling mag worden genomen, en vertrek met onbekende bestemming daar niet onder valt. Tevens stelde zij dat zij de gelegenheid had moeten krijgen om haar aanvraag aan te vullen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het wettelijk stelsel zich verzet tegen niet-behandeling van aanvragen anders dan in de in artikel 4:5 Awb Pro genoemde gevallen. Vertrek met onbekende bestemming is geen geldige grond voor niet-behandeling. Daarom werd het besluit van 13 juni 2007 vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard. De minister van Justitie werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen wegens vertrek met onbekende bestemming is vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.