Uitspraak
200706218/1heeft de Afdeling het door het NIvP tegen het besluit van 23 juli 2007 ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De Afdeling heeft daaraan ten grondslag gelegd dat, gelet op het samenvattende positieve oordeel van de verificatiecommissie met betrekking tot het gerealiseerde niveau van de opleiding, alsmede over de beroepskansen van degenen die de opleiding hebben gevolgd, zonder nadere onderbouwing niet valt in te zien waarom de verificatiecommissie, in afwijking van het oordeel van de NQA, doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan de omstandigheid dat de legitimatie van de opleiding niet van recente datum is en louter op die grond tot het advies heeft kunnen komen dat de opleiding met betrekking tot de facetten 'domeinspecifieke eisen' en 'oriëntatie hbo' als onvoldoende moeten worden gekwalificeerd.
200805756/1) is de bezwaarschriftenprocedure bedoeld voor volledige heroverweging. Dat betekent dat ook wanneer na een vernietiging door het bestuursorgaan een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen, in beginsel dient te worden besloten met inachtneming van alle feiten en omstandigheden, zoals die zijn op het tijdstip van de heroverweging. De uitspraak van 23 juli 2008, waarin de Afdeling tot de slotsom is gekomen dat de NVAO zich niet zonder nadere motivering op het advies van de verificatiecommissie van 28 maart 2006 heeft kunnen baseren, geeft geen aanleiding om in dit geval af te wijken van dat uitgangspunt. Geen rechtsregel, noch de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2008 verzet zich ertegen dat de NVAO in het kader van de heroverweging is overgegaan tot het opnieuw vragen van advies aan een verificatiecommissie. Niet valt in te zien, dat de uitspraak daartoe geen ruimte bood. Voor het oordeel dat de NVAO er daarbij niet voor had mogen kiezen om uit een oogpunt van zorgvuldigheid een verificatiecommissie samen te stellen uit personen die niet eerder bij de besluitvorming betrokken zijn geweest, bestaat geen grond. Het betoog faalt.