ECLI:NL:RVS:2009:BH6315
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit wegslepen voertuig wegens hinder verkeersvrijheid in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft op 23 februari 2007 het voertuig van appellant laten wegslepen omdat het hinder veroorzaakte op de Kanaalweg. Het college legde de kosten van het wegslepen en bewaren bij appellant neer. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank Utrecht werd afgewezen.
In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant onder meer dat het originele besluit niet aan hem was overgelegd, dat de omschrijving van de overtreding aanvankelijk onduidelijk was, en dat het college buiten de grenzen van de heroverweging was getreden door de omschrijving later aan te passen. Ook stelde appellant dat het proces-verbaal en een foto die na de bezwaarprocedure aan het dossier werden toegevoegd, niet gebruikt mochten worden.
De Raad van State oordeelde dat de kopie van het besluit rechtsgeldig was uitgereikt, dat appellant voldoende in de gelegenheid was gesteld om verweer te voeren, en dat het college binnen zijn bevoegdheid handelde. Het wegslepen was noodzakelijk om de doorgang te herstellen, en er waren geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het besluit tot wegslepen van het voertuig wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.