ECLI:NL:RVS:2010:BN0237
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet oproepen vreemdeling bij zitting na opheffing vreemdelingenbewaring
De vreemdeling was op 9 april 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel op 23 april 2010 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank de vreemdeling had moeten oproepen voor de zitting van 16 april 2010, ook al was de maatregel van vreemdelingenbewaring op 10 april 2010 opgeheven. Dit omdat de vreemdeling aansluitend strafrechtelijk werd gedetineerd en daardoor niet zelf kon beslissen of hij aan de oproeping gevolg gaf.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd omdat de vreemdeling niet was opgeroepen voor de zitting terwijl hij strafrechtelijk was gedetineerd.