ECLI:NL:RVS:2002:AF2856
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Op 12 september 2002 werd aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000, nadat hem de toegang tot Nederland was geweigerd. De maatregel werd op 19 september 2002 beëindigd. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank niet had voldaan aan het vereiste van tijdige oproeping en het recht op hoor en wederhoor, aangezien appellant niet binnen de wettelijke termijn van zeven dagen was gehoord en bovendien in uitleveringsdetentie zat, waardoor hij niet vrij kon beslissen om te verschijnen.
De Raad van State verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van het hoger beroep tegen de afwijzing van het schadevergoedingsverzoek, maar vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel betrof. De Afdeling verklaarde het beroep tegen de maatregel vervolgens ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank over de vrijheidsontnemende maatregel en verklaart het beroep tegen deze maatregel ongegrond.