ECLI:NL:RVS:2010:BN1163
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning ondanks beroep op recht op privéleven
De vreemdeling, die sinds haar jeugd onafgebroken in Nederland verblijft en een sociaal netwerk heeft opgebouwd, vorderde een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro, het recht op eerbiediging van het privéleven.
De rechtbank had de aanvraag afgewezen en geoordeeld dat geen sprake was van schending van artikel 8 EVRM Pro. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat haar langdurige verblijf en integratie een positieve verplichting tot vergunningverlening rechtvaardigen.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling nooit beschikte over een verblijfstitel die haar het privéleven in Nederland feitelijk mogelijk maakte. De aangevoerde feiten en omstandigheden waren onvoldoende om op grond van het recht op privéleven een positieve verplichting tot verblijf toe te kennen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad wees tevens op de mogelijkheid voor de vreemdeling om een nieuwe aanvraag in te dienen op basis van schrijnende omstandigheden volgens het Vreemdelingenbesluit 2000. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.