ECLI:NL:RBSGR:2011:BP6450
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf ondanks langdurige band met Nederland
Eiser, geboren in Nederland en van Kaapverdiaanse afkomst, heeft een langdurig verblijf in Nederland zonder geldige verblijfsvergunning. Hij heeft meerdere aanvragen gedaan voor een verblijfsvergunning, die allen zijn afgewezen. De moeder van eiser verblijft illegaal in Nederland, de vader is Nederlander.
De rechtbank overweegt dat hoewel eiser een sterke band met Nederland heeft opgebouwd, dit niet leidt tot vrijstelling van het mvv-vereiste. De familiebanden met zijn moeder zijn niet doorslaggevend omdat zij illegaal verblijft. De banden met Kaapverdië zijn voldoende om terugkeer te kunnen verwachten. Jurisprudentie van het EHRM en beleidsregels worden toegepast om de belangenafweging te maken.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van eiser niet opwegen tegen het algemeen belang van een restrictief toelatingsbeleid. De hardheidsclausule wordt niet van toepassing geacht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.