Uitspraak
200300807/1.
200700908/1) brengt de bij een tracébesluit behorende procedure mee dat alternatieven in beginsel aan de orde dienen te komen in het kader van de Trajectnota/MER. Daarna geldt dat slechts indien blijkt van ernstige bezwaren tegen het in het tracébesluit vervatte tracé, de minister voorgedragen alternatieven alsnog bij zijn besluitvorming bij het tracébesluit dient te betrekken en hiernaar nader onderzoek dient te verrichten.
200800880/1) vereist het RMV 2002 niet dat daadwerkelijk geluidmetingen worden verricht. Volgens de geschiedenis van de totstandkoming van het RMV 2002 is de keuze tussen de verschillende methoden, mits gehanteerd binnen het toepassingsgebied, aan het bevoegd gezag. Mocht een belanghebbende met een andere, eveneens krachtens artikel 3 toepasbare Pro, methode tot een ander resultaat (contra-expertise) komen dan het bevoegd gezag, dan beslist het bevoegd gezag welk resultaat maatgevend is.
200600229/1.
200600229/1) vloeit de plicht van de gemeenteraad tot het treffen van maatregelen rechtstreeks voort uit artikel 111a van de Wgh (oud). Anders dan appellanten kennelijk menen, bevat de Wgh (oud) en evenmin de Tracéwet de verplichting dat de minister in zijn besluit tot vaststelling van hogere grenswaarden de concrete gevelmaatregelen noemt. Uit het wettelijke stelsel volgt dat het bouwakoestische onderzoek naar de wijze waarop de geluidwerende maatregelen aan de gevel van de woningen worden uitgevoerd teneinde aan de norm in de woningen van 35 dB(A) (onderscheidenlijk 45 dB(A)) te voldoen, plaatsvindt na het vaststellen van de hogere waarden. De minister behoefde een omschrijving van de eventueel te treffen maatregelen en de wijze en het tijdstip van uitvoering daarvan dan ook niet in zijn besluit op te nemen.
200806565/1/R1 en drie andere nummers) komt de vraag of voor de uitvoering van het Tracébesluit een vergunning krachtens artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 kan worden verleend, in beginsel slechts aan de orde in een procedure omtrent die vergunning. Dat doet er niet aan af dat de minister het Tracébesluit niet had mogen vaststellen, indien en voor zover hij op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Nbw 1998 aan de uitvoerbaarheid van het Tracébesluit in de weg staat.