ECLI:NL:RVS:2009:BK1629
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende belangenafweging bij gebruik vals paspoort
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de inbewaringstelling van een vreemdeling onrechtmatig achtte. De vreemdeling was in juli 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het gebruik van een vals paspoort bij binnenkomst in Nederland en het vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De rechtbank had geoordeeld dat het gebruik van een vals reisdocument niet aan de bewaring ten grondslag mocht worden gelegd, mede omdat artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag mogelijk strafrechtelijke vervolging voor dit gebruik uitsluit zolang de asielprocedure loopt. De staatssecretaris voerde aan dat bewaring geen strafsanctie is maar een maatregel ter voorbereiding van uitzetting.
De Raad van State oordeelde dat hoewel deze klacht terecht was voorgedragen, de bewaring om andere redenen niet in stand kon blijven. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom de belangenafweging, zoals voorgeschreven in de Vreemdelingencirculaire 2000, in het voordeel van het algemeen belang uitviel. Met name was niet concreet onderbouwd waarom het belang van bewaring zwaarder woog dan het belang van de vreemdeling, die kort na binnenkomst asiel had aangevraagd.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde belangenafweging bij het opleggen van vreemdelingenbewaring, zeker in het kader van asielprocedures en gebruik van valse documenten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de vreemdelingenbewaring onrechtmatig is wegens onvoldoende gemotiveerde belangenafweging.