ECLI:NL:RVS:2010:BN9217
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Toepassing puntensysteem voor Turkse zelfstandigen in strijd met standstill-bepaling
De vreemdeling, een Turkse zelfstandige, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De vreemdeling stelde dat het gehanteerde puntensysteem, dat sinds 2008 geldt, in strijd is met artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol, de zogenaamde standstill-bepaling. Deze bepaling verbiedt het stellen van strengere voorwaarden aan Turkse staatsburgers dan die welke golden op 1 januari 1973.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het puntensysteem nieuwe, strengere criteria bevat, zoals een innovativiteitsvereiste en een nadruk op de bijdrage aan de Nederlandse kenniseconomie, die op 1 januari 1973 niet bestonden. Hierdoor worden Turkse zelfstandigen die niet direct aan deze kenniseconomie bijdragen, benadeeld. Dit betekent een wijziging van beleidsregels in ongunstige zin en daarmee een schending van de standstill-bepaling.
De Raad van State vernietigde het besluit van 26 oktober 2009 en de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 17 februari 2010. Tevens werd de minister van Justitie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat beleidswijzigingen die leiden tot strengere toelatingsvoorwaarden voor Turkse zelfstandigen in strijd zijn met internationale verplichtingen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens strijd met de standstill-bepaling.