ECLI:NL:RVS:2010:BO0828
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens ernstige strafrechtelijke veroordeling
De staatssecretaris van Justitie heeft op 16 mei 2008 de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken vanwege een onherroepelijke veroordeling tot vijftien maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag gepleegd in 1998. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze intrekking gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had meegewogen dat het onvoorwaardelijke deel van de straf, inclusief het later ten uitvoer gelegde voorwaardelijke gedeelte, leidde tot een straf van meer dan twaalf maanden. Dit maakt intrekking van de vergunning op grond van het geldende beleid gerechtvaardigd.
Daarnaast faalden de bezwaren van de vreemdeling dat de intrekking in strijd zou zijn met het vertrouwensbeginsel, artikel 3 en Pro 8 EVRM, en dat bijzondere omstandigheden op grond van artikel 4:84 Awb Pro tot afwijking van het beleid zouden leiden. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd wegens een onherroepelijke veroordeling met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan twaalf maanden.