ECLI:NL:RVS:2010:BO1579
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling na strafrechtelijke detentie wegens onvoldoende inspanningsverplichting minister
De vreemdeling werd na een gevangenisstraf van 5 mei tot 6 augustus 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tijdens zijn detentie gaf hij op 26 mei 2010 aan asiel te willen aanvragen, maar hij diende zijn aanvraag pas op 21 juli 2010 in. De rechtbank oordeelde dat de minister niet aan zijn inspanningsverplichting had voldaan, omdat het tijdsverloop tussen de wens en de aanvraag te lang was, en verklaarde de bewaring onrechtmatig.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat hij aan zijn verplichtingen had voldaan door meerdere vertrekgesprekken te voeren en de vreemdeling in de gelegenheid te stellen een asielaanvraag in te dienen. De Raad van State oordeelde dat ondanks de gesprekken het tijdsverloop te lang was en de minister zijn inspanningsverplichting niet had nageleefd. Echter, de belangenafweging en de gronden voor bewaring, waaronder het gebruik van een vals document en het vermoeden van ontduiking van uitzetting, rechtvaardigden de inbewaringstelling.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af. De minister had voldoende redenen om de bewaring te handhaven en handelde binnen zijn beoordelingsruimte.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de inbewaringstelling wordt bevestigd.