Uitspraak
200506157/1, wordt overwogen dat daar, anders dan in dit geval, het Besluit luchtkwaliteit 2005 aan de orde was.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Laren verleende op 15 oktober 2008 vrijstelling en een bouwvergunning voor de bouw van drie appartementencomplexen en een toegangspoort op een perceel te Laren. Diverse omwonenden en belanghebbenden stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Amsterdam verklaarde sommige beroepen gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de uitspraak in de plaats trad van het vernietigde besluit.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het besluit, omdat het college een discretionaire bevoegdheid heeft om al dan niet vrijstelling te verlenen. De Raad oordeelde dat het college terecht heeft getoetst aan de recentere Structuurvisies 2008-2023 en 2015 en dat de Beleidsnota artikel 19 WRO Pro minder relevant is.
De Raad oordeelde verder dat het college bevoegd was vrijstelling te verlenen ondanks het ligging van een deel van het perceel binnen een ecologische hoofdstructuur en dat het bouwplan niet in strijd was met de Structuurvisies. Wel stelde de Raad vast dat het besluit in strijd is met artikel 76a van de Wet geluidhinder, omdat niet alle gevels als dove gevels zijn uitgevoerd terwijl de geluidsbelasting hoger is dan toegestaan. Tevens is het besluit in strijd met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woningwet omdat het bouwplan op meer punten in strijd is met het bestemmingsplan dan waarvoor vrijstelling is verleend.
De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de uitspraak in de plaats stelde van het besluit, verklaarde sommige beroepen niet-ontvankelijk en bevestigde de rest van de uitspraak. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en wederpartij. Het college dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd wegens strijd met de Wet geluidhinder en het bestemmingsplan, en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.