ECLI:NL:RVS:2010:BO4899
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning op basis van taalanalyse herkomst Somalië
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel gegrond verklaarde. De afwijzing was gebaseerd op twijfel aan de authenticiteit van de door de vreemdeling opgegeven herkomst, vastgesteld via een taalanalyse.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) liet een taalanalyse uitvoeren door het Bureau Land en Taal (BLT), waarbij moedertaalsprekers betrokken waren die concludeerden dat de vreemdeling een Noord-Somalische tongval had, terwijl hij beweerde uit Zuid-Somalië te komen. De vreemdeling liet contra-expertises verrichten, die op basis van andere geluidsopnames tot een tegengestelde conclusie kwamen, namelijk dat hij uit Zuid-Somalië afkomstig was.
De rechtbank oordeelde dat de taalanalyse van het BLT twijfelachtig was en dat de contra-expertises valide waren, waardoor het beroep van de vreemdeling gegrond werd verklaard. De Raad van State stelt echter dat een taalanalyse volgens de werkwijze van De Taalstudio als deskundigenrapport moet worden beschouwd, ook als de linguïst geen moedertaalspreker is. De Raad oordeelt dat het BLT-rapport zorgvuldig en inzichtelijk is en dat de contra-expertises, mede vanwege de gebruikte geluidsopnames en omstandigheden, onvoldoende tegenbewijs vormen.
Daarom vernietigt de Raad van State het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning standhoudt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.