ECLI:NL:RVS:2010:BO6319
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.H.M. van Altena
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nieuw gebleken feiten bij afwijzing verblijfsvergunning asiel voor Colombiaanse vreemdeling
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke bij besluit van 7 november 2005 werd afgewezen. Een nieuw besluit van 2 februari 2009, van gelijke strekking, werd eveneens afgewezen. De vreemdeling stelde dat er sprake was van nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden, waaronder een aangifte van bedreiging door zijn zuster en documenten over beschermingsprogramma's in Colombia.
De rechtbank en de Raad van State oordeelden dat deze stukken niet als nieuw gebleken feiten konden worden aangemerkt omdat ze vóór het eerdere besluit bekend hadden kunnen zijn of niet voldoende bewijs vormden. De brief van Vluchtelingenwerk Nederland en een conceptminuut over een andere asielaanvraag konden het eerdere besluit niet afdoen.
Verder werd geoordeeld dat de aangifte van de zuster niet als objectieve bron kon worden beschouwd en dat het sepot van een aangifte niet aannemelijk was gemaakt. Ook vergelijkbare zaken van andere vreemdelingen konden geen wijziging in het beleid aantonen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen sprake was van relevante nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.