ECLI:NL:RVS:2010:BO8320
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R.R. Winter
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing vergoeding rechtsbijstand in asielzaken na kantoorwisseling
De appellant had bij de raad voor rechtsbijstand vergoedingen aangevraagd voor rechtsbijstand verleend op grond van zeventien toevoegingen in asielzaken. Vijf toevoegingen waren op zijn naam afgegeven, twaalf op naam van een vertrokken kantoorgenoot die de zaken meenam naar een ander ressort. De raad wees de aanvragen af, waarna de rechtbank het beroep deels gegrond verklaarde en de rechtsgevolgen van twaalf toevoegingen handhaafde.
De appellant stelde dat hij als eerst toegevoegde rechtsbijstandverlener ook voor die twaalf toevoegingen vergoeding toekomt, mede op grond van beleidsregels in nieuwsbrieven van de raad die declaratie door het oude kantoor met machtiging toestaan. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen voor die twaalf toevoegingen in stand liet, omdat de raad geen gemotiveerde reactie gaf op dit betoog.
De Raad van State vernietigde daarom dat deel van de uitspraak en gelastte de raad een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de beleidsregels. De appellant kreeg tevens het betaalde griffierecht vergoed. Proceskosten werden niet toegewezen omdat de gemaakte kosten inherent zijn aan de eigen praktijkvoering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit op bezwaar over de vergoeding van twaalf toevoegingen.