ECLI:NL:RBDHA:2017:10855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. van der Werff
- D.W.J. Vinkes
- V.M. Bex-Reimert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onjuiste toepassing PIJ-maatregel
Eiser, van Djiboutiaanse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd die door verweerder werd ingetrokken met terugwerkende kracht tot 2011 vanwege een onherroepelijke veroordeling tot een PIJ-maatregel voor poging tot zware mishandeling. Tevens werd een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Eiser stelde dat de intrekking en het inreisverbod onrechtmatig waren, onder meer omdat de PIJ-maatregel niet gelijkgesteld kan worden aan een gevangenisstraf voor toepassing van de glijdende schaal in artikel 3:86 Vreemdelingenbesluit Pro 2000.
De rechtbank overwoog dat de verblijfsvergunning van eiser niet was verleend op grond van een vluchtelingenstatus, maar op humanitaire gronden via zijn moeder, waardoor de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing was. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat artikel 35 Vreemdelingenwet Pro en artikel 3:86 Vreemdelingenbesluit Pro niet voorzien in toepassing van de glijdende schaal op de PIJ-maatregel, die een bijzondere maatregel is met een ander karakter dan een gevangenisstraf of TBS-maatregel. De toepassing van het derde lid van artikel 3:86 op Pro de PIJ-maatregel ontbrak aan wettelijke basis.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het inreisverbod ten onrechte had opgelegd en dat het beroep gegrond was. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel en de proceskosten werden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt vernietigd.