ECLI:NL:RVS:2011:BP1931
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel alleenstaande vrouw uit Irak
De vreemdeling, een alleenstaande vrouw uit Irak, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees dit verzoek af op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij niet volgde dat in de provincie Bagdad sprake is van een uitzonderlijke situatie die subsidiere bescherming rechtvaardigt, zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn 2004/83/EG. Het rapport van de UNHCR en jurisprudentie van het EHRM werden hierbij betrokken. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De vreemdeling stelde ook dat zij als alleenstaande vrouw tot een kwetsbare groep behoort en een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling. Uit het ambtsbericht bleek dat vrouwen in Irak een zorgelijke positie hebben, maar ook dat zij niet systematisch worden blootgesteld aan onmenselijke behandelingen. De vreemdeling kon geen verdere specifieke onderscheidende kenmerken aantonen die een reëel risico rechtvaardigen. De Afdeling verwierp dit beroep.
Ook het beroep op artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000 werd afgewezen, mede gelet op het beëindigen van het categoriale beschermingsbeleid voor Centraal-Irak. De overige beroepsgronden werden niet behandeld omdat deze niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, terwijl het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.