Uitspraak
200704906/1), wordt in situaties waarin sprake is van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid van boeteoplegging afgezien. Hiertoe dient de werkgever aannemelijk te maken dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen.
200509111/1), is het de eigen verantwoordelijkheid van een werkgever in de zin van de Wav om bij aanvang van de werkzaamheden na te gaan of de voorschriften van die wet worden nageleefd. De verwijzing door de parochie naar de arbeidsmarktaantekening van 13 februari 2008 in het paspoort van de vreemdeling, leidt niet tot het ontbreken van verwijtbaarheid dan wel verminderde verwijtbaarheid, reeds omdat de vreemdeling volgens de bij het boeterapport gevoegde arbeidsovereenkomst van 21 januari 2007 reeds met ingang van 1 januari 2007 bij de parochie in dienst is getreden en volgens de bij dat rapport gevoegde verklaringen van de vreemdeling en de parochie vanaf 1 januari 2007 tot 1 juni 2008 bij de parochie heeft gewerkt. De arbeidsmarktaantekening van 13 februari 2008, daargelaten of daaruit, zoals door de parochie is gesteld, blijkt dat geen tewerkstellingsvergunning vereist was, kan derhalve geen rol hebben gespeeld bij de indienstneming van de vreemdeling op 1 januari 2007. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat in de verwijtbaarheid geen grond gelegen kan zijn om tot matiging van de boete over te gaan.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.