ECLI:NL:RVS:2011:BP3280
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beslissing op verzoek om terug te komen op onaantastbaar besluit in vreemdelingenrecht
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet. Dit bezwaar werd door de staatssecretaris van Justitie niet-ontvankelijk verklaard in een besluit van 10 juni 2008, dat in rechte onaantastbaar is verklaard. De vreemdeling verzocht vervolgens op 26 januari 2009 opnieuw om behandeling van zijn bezwaar, waarop de staatssecretaris op 23 maart 2009 wederom niet-ontvankelijkheid besliste, maar dit besluit later introk.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk, omdat het eerdere besluit onaantastbaar was. De Raad van State oordeelt dat het onaantastbaar zijn van het besluit niet in de weg staat aan het verzoek om terug te komen op dat besluit en dat de staatssecretaris verplicht is op zo'n verzoek te beslissen. De brief waarin werd meegedeeld dat het besluit was ingetrokken, is geen besluit in de zin van de wet.
De minister heeft niet binnen een redelijke termijn op het verzoek van de vreemdeling beslist en ook niet binnen twee weken na ingebrekestelling. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het niet tijdig nemen van een besluit, en beveelt de minister binnen twee weken alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor iedere dag dat de minister in gebreke blijft. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De minister moet binnen twee weken alsnog een besluit nemen op het verzoek van de vreemdeling, met een dwangsom bij overschrijding.