ECLI:NL:RVS:2011:BP5940
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Toegang tot Nederland geweigerd aan vreemdeling die asiel wenst in te dienen
De zaak betreft een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland werd geweigerd door een ambtenaar belast met grensbewaking. De vreemdeling gaf aan een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel te willen indienen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de toegang kon worden geweigerd op grond van de Schengengrenscode, met name artikel 13, eerste lid, in samenhang met artikel 5, eerste lid.
De Raad van State overweegt dat het voor de invoering van de Schengengrenscode bestaande regime in de Vreemdelingenwet 2000, waarbij de toegang aan een vreemdeling die asiel wenst alleen kan worden geweigerd op grond van een bijzondere aanwijzing van de minister (artikel 3, derde lid, Vw 2000), ongewijzigd is gehandhaafd. De Schengengrenscode laat de bijzondere bepalingen inzake asiel onverlet.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de vreemdeling de toegang kon worden geweigerd op grond van de Schengengrenscode. De weigering van toegang aan een vreemdeling die asiel wenst in te dienen valt buiten het bereik van de Schengengrenscode en kan slechts op grond van artikel 3, derde lid, van de Vw 2000 plaatsvinden.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de bestreden uitspraak en besluiten worden vernietigd en het besluit tot weigering van toegang wordt herroepen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van toegang aan de vreemdeling die asiel wenst in te dienen wordt vernietigd en herroepen.