Uitspraak
201006273/1/H1, ter zitting behandeld op 31 januari 2011, waar de Vereniging en anderen, vertegenwoordigd door mr. A.A. Westers, advocaat te Groningen, T.H.Y. de Haan en [wederpartij sub 3], en het college, vertegenwoordigd door mr. R. Snel, advocaat te Groningen, R.G. Oorthuisen, en C. Wolthuis, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
200809345/1/H1 en 200809430/1) kent de wet geen rangorde tussen de procedure tot herziening van een bestemmingsplan en de procedure op grond van artikel 19 van Pro de WRO. Hierin bestond dan ook geen belemmering om van deze laatste procedure gebruik te maken.
200905524/1/M2), is, gelet op de nota van toelichting, voor de beantwoording van de vraag of het stemgeluid afkomstig van een buitenterrein mag worden uitgesloten van toetsing aan de geluidsnormen met name de situering van het buitenterrein aan de straat of andere openbare ruimte van belang. Daarnaast kan het referentieniveau van het omgevingsgeluid alsmede de mate van beslotenheid van de ligging van het buitenterrein als indicatie dienen voor de vraag of sprake is van een binnenterrein, als bedoeld in artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit.