Uitspraak
200505431/1, heeft de Afdeling, voor zover thans van belang, een besluit van het college van 20 oktober 2004, waarbij aan Cash Beheer vrijstelling en bouwvergunning eerste fase is geweigerd voor een verhoging van de opbouw van een bestaande liftschacht dan wel liftschachtplafond op het perceel Industrieweg 9 te Amerongen, vernietigd omdat het op een onjuiste grondslag berustte.
200706839/1) vloeit voort dat, indien na een eerder afwijzend besluit een besluit van gelijke strekking wordt genomen, door het instellen van beroep tegen het laatste besluit niet kan worden bereikt dat de bestuursrechter dat besluit toetst als ware het een eerste afwijzing. Slechts voor zover in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, dan wel uit het aldus aangevoerde kan worden afgeleid dat zich een relevante wijziging van het recht heeft voorgedaan, kunnen dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen door de bestuursrechter worden getoetst.
200706166/1) is een uitspraak van een rechterlijke instantie geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid. De door Cash Beheer vermelde uitspraak van de Afdeling is dat derhalve ook niet. De aan deze uitspraak ten grondslag liggende feiten en omstandigheden, waaronder een brief van het college van 29 september 1992, waren ook reeds bekend ten tijde van het eerdere afwijzende besluit.
200401966/1, dat de feitelijke toepassing van bestuursdwang op 14 en 15 maart 1996 een feitelijke handeling betreft, waartegen geen bezwaar kan worden gemaakt. Tegen het zuiver schadebesluit als gevolg van deze gestelde schadeoorzaak kan daarom evenmin bezwaar worden gemaakt, zodat het college het gemaakte bezwaar in zoverre terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Al hetgeen Cash Beheer heeft aangevoerd met betrekking tot gesteld onrechtmatig handelen van de gemeente, stuit daar op af.