ECLI:NL:RVS:2013:994
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. Kramer
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na toepassing spoedeisende bestuursdwang bij hennepkwekerij
Bij besluit van 13 april 2011 wees het college het verzoek van appellante tot vergoeding van schade door vernieling en ontruiming van een hennepkwekerij af. Appellante stelde materiële en immateriële schade te hebben geleden door het bestuursdwangbesluit van 21 februari 2011 en de feitelijke toepassing daarvan.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de schadevergoeding voor zover deze voortkomt uit feitelijk handelen niet-ontvankelijk en oordeelde dat het bestuursdwangbesluit rechtmatig was en geen grond bood voor schadevergoeding. Appellante stelde dat het besluit onrechtmatig was en dat de rechtbank ten onrechte het gelijkheidsbeginsel niet toepaste.
De Raad van State oordeelde dat het bezwaar tegen feitelijk handelen niet-ontvankelijk is omdat daarvoor geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming bestaat en dat het bestuursdwangbesluit in rechte onaantastbaar is. Tevens bevestigde de Raad dat artikel 5:27 Awb Pro niet van toepassing is omdat het betreden van de woning plaatsvond waar de overtreding plaatsvond.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.