ECLI:NL:RVS:2011:BQ3236
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.H.M. van Altena
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens overschrijding redelijke termijn en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling had een aanvraag ingediend tot verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de minister werd afgewezen en hem tevens ongewenst werd verklaard. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het beroep deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond. De vreemdeling stelde dat de redelijke termijn in de procedure was overschreden, wat door de rechtbank buiten beschouwing werd gelaten vanwege de niet-ontvankelijkheid van het beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank wel degelijk een oordeel had moeten geven over de overschrijding van de redelijke termijn, ongeacht de ontvankelijkheid van het beroep. De totale duur van bezwaar en beroep bedroeg ruim drie jaar en negen maanden, wat de redelijke termijn van drie jaar overschrijdt zonder rechtvaardiging. De overschrijding wordt volledig toegerekend aan het bestuursorgaan.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van 10 november 2008 vernietigd, en de minister veroordeeld tot betaling van €1.000 aan immateriële schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter in stand, omdat een andere uitkomst niet wordt verwacht bij hernieuwde beslissing. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling vergoed.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en de minister wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.000 aan de vreemdeling.