ECLI:NL:RVS:2011:BQ7868
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar China
De vreemdeling werd op 31 maart 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de opheffing van de bewaring, met toekenning van schadevergoeding. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de minister al geruime tijd inspanningen verricht om de Chinese autoriteiten te bewegen tot regelmatige afgifte van laissez passer. Dit leidde tot een persoonlijk onderhoud met de Chinese ambassadeur op 22 maart 2011 en een concreet vervolgtraject. Ondanks uitstel van een gepland overleg, vonden operationele gesprekken plaats over het proces.
Verder bleek uit ministeriële informatie dat tussen 1 januari 2010 en 14 februari 2011 op meer dan incidentele basis vreemdelingen naar China werden uitgezet, zelfs wanneer een laissez passer nog in behandeling was, mits de vreemdeling een persoonlijk identiteitsbewijs of paspoort overlegde. Vijf aanvragen voor laissez passer waren nog in behandeling bij de Chinese autoriteiten.
De Raad oordeelde dat er geen grond was om te veronderstellen dat het zicht op uitzetting ontbrak. Vertragingen door onvoldoende medewerking van de vreemdeling kwamen voor zijn rekening en risico. De grief van de minister slaagde, het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring blijft gehandhaafd wegens voldoende zicht op uitzetting naar China.