ECLI:NL:RVS:2011:BR3219
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- H.G. Lubberdink
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op voorschot kinderopvangtoeslag vanaf schriftelijke overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen herzag het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2008 en kende appellant een bedrag van € 248 toe. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat gedeeltelijk werd toegewezen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde dat hij vanaf 1 oktober 2008 recht had op een voorschot.
Appellant stelde dat hij al vanaf 1 januari 2008 recht had op de toeslag, omdat hij op 4 januari 2008 een voorovereenkomst met het gastouderbureau had gesloten met die ingangsdatum. De Raad van State oordeelde echter dat deze voorovereenkomst niet voldeed aan de vereisten van artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang, omdat essentiële gegevens zoals prijs per uur, aantal uren opvang en duur van de overeenkomst ontbraken.
Daarmee was er geen rechtsgeldige overeenkomst vanaf 1 januari 2008 en kon het recht op toeslag niet eerder ingaan dan vanaf de datum van een schriftelijke overeenkomst die aan de wettelijke eisen voldoet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.